Onder het pompende ritme van Nepalese housemuziek – ja, dat bestaat en nee; geen aanrader – scheuren we langs de diepe afgronden. Stoffige grindpaden doen dienst als autoweg, terwijl diepe kuilen ons op de achterbank afwisselend bij elkaar op schoot doen belanden. Nadat ik mijn leven voor de zoveelste keer in een nanoseconde voorbij zie trekken, stopt de chauffeur; we zijn in Dolakha.

Voorbeeldfunctie

Het is een stukje lopen vanaf de weg naar het dorpje waar we de nacht zullen doorbrengen. Beneden worden we opgewacht door de kleine gemeenschap die ons wederom versiert met bloemenkransen en sjaals. Het watercomité in dit dorp bestaat uit vier mannen en vijf vrouwen, vier van de leden zijn bovendien Dalit; kastelozen. Hoewel het kastensysteem in Nepal officieel is afgeschaft en discriminering op basis van kaste verboden is, lopen deze zogenaamde ‘onaanraakbaren’ nog steeds ver achter op het gebied van inkomen en onderwijs. Het includeren van vrouwen en Dalits in het comité is belangrijk omdat deze groepen vaak al minder toegang hebben tot water en sanitaire voorzieningen. Zo mogen Dalits soms geen gebruik maken van dezelfde waterbronnen en zijn menstruerende meisjes veroordeeld tot aparte sanitaire voorzieningen, soms nog verder van het dorp. Ik spreek de vice-voorzitter van het watercomité: ‘’Een Dalit vrouw’’, fluistert mijn tolk haast onhoorbaar. Laxmi Rijad is 23 en woont met haar zoontje en man bij haar schoonfamilie. Net als 70% van de Nepalezen werkt ze op het land, waar ze haar schoonfamilie helpt bij de groenten- en aardappelteelt. Door deel te nemen aan het comité hoopt ze haar kennis en vaardigheden te verbeteren. Daarnaast hoopt ze natuurlijk een voorbeeld te zijn. Secretaris Suijina (20) valt haar bij: ‘’Door ons aan te sluiten bij het comité laten we zien dat vrouwen ook iets kunnen betekenen voor de gemeenschap.’’ Zelf hoopt Suijina meer tijd over te houden voor haar studie als ze straks niet meer uren hoeft te lopen voor water, want Suijina wil graag een eigen bedrijfje opzetten; een schoonheidssalon of nagelstudio. ‘’Een nagelstudio? Moet je niet trouwen dan?’’, een kleine oudere vrouw proest het uit. Mevrouw Misir Maya Tamang – ongeveer 50 jaar, maar dat weet niemand zeker – kan zich niet langer bedwingen en schuift bij ons aan.

Grenzeloze ambities

Terwijl Misir en Suijina in rap tempo discussiëren, probeert mijn tolk hun gesprek te vertalen. Misir blijkt nogal verbolgen te zijn over de ontbrekende ambities van haar eigen dochter. ‘’Ze had de honger naar kennis en was slim genoeg om te studeren, maar wat denk je: ze werd zwanger en verliet school. In haar examenjaar notabene’’. Nu ze getrouwd is, is haar dochter eigendom van haar man en dat maakt de kans dat ze haar studie ooit zal voortzetten onzichtbaar voor het blote oog. Enigszins ongemakkelijk staat de dochter naast haar tierende moeder, haar gezichtsuitdrukking en de peuter op haar arm verraden dat deze discussie al enkele jaren woedt. De boosheid van Misir begrijp ik goed wanneer ze vertelt dat ze eergisteren haar zoon heeft uitgezwaaid; hij is vertrokken naar Maleisië om werk te zoeken. Door geldgebrek heeft hij vroeger zijn studie niet kunnen afmaken waardoor hij geen baan kon vinden binnen de landsgrenzen. De zoon van Misir is niet de enige; elke dag verlaten 1500 tot 2000 – voornamelijk laagopgeleide – mannen het land om te werken in Qatar, Saudie-Arabië of Maleisië. Zo’n 10% van de Nepalezen werkt inmiddels in het buitenland, het geld dat zij terugsturen is goed voor 30% van het jaarlijkse inkomen van Nepal. Maar steeds vaker zijn deze arbeiders het slachtoffer van wurgcontracten, erbarmelijke werkomstandigheden en soms zelfs de dood. Volgens The Guardian stierf er in 2014 om de dag een Nepalese werknemer bij de aanleg van de infrastructuur voor het WK in Qatar. Vorig jaar kwamen er elke dag drie migranten tussen zes planken terug naar Nepal. De doodsoorzaken zijn mysterieus en variëren van ‘een onverwachte natuurlijk dood’ tot een hartaanval. Sinds het vertrek van haar zoon eet en slaapt Misir dan ook slecht omdat ze zich zorgen maakt. Nu Misir’s dochter haar opleiding niet heeft afgemaakt, heeft ze alle hoop gevestigd op haar jongste zoon. Vastbesloten om hem te laten studeren heeft Misir onlangs een geit en een paar kippen gekocht, zo kan ze hopelijk het studiegeld bij elkaar scharrelen en hoeft hij straks voor een baan niet in het buitenland te zoeken.

Op stok

Terwijl ik even later dubbelzijdig geroosterd toekijk hoe de zon ondergaat achter de Himalaya’s hoor ik hoe het noodlot van een ongelukkige haan wordt bezegeld. De strekking van ons vegetarische dieet is blijkbaar niet helemaal doorgedrongen in het dorpskeukentje waar enkele vrouwen en mannen in een afgesloten ruimte curry klaarmaken op ‘t open vuur. Eenmaal donker en tien graden kouder, proberen we onder het genot van huisgestookte brandy – ook in grote hoeveelheden word je er niet blind van, zo hebben we ervaren – beleefd de stukken hanenvlees af te slaan. Uiteindelijk zwicht ik voor een variant met weinig vlees en veel sweesjes. Ah, zo voelt spijt dus. Na het eten zoeken we onze slaapplaats op. Daniel, Sander en ik slapen bij de dochter van Misir in een hutje dat tegen de helling van de berg is opgebouwd. De slaapkamer hangt vol met posters van bekende Bollywoodsterren. Als ik onze gastdame vraag waar ik naar de wc kan, wijst ze me de weg. Als ik het houten deurtje open, schijnt mijn hoofdlamp recht in de schrikachtige ogen van een aantal geiten dat me blatend verwelkomt. Ik manoeuvreer me tussen de beesten door een weg naar het toilet achterin, een afgesloten hokje met het inmiddels bekende maar nog immer onbeminde hurktoilet. Als ik terug in bed de wind langs uitstekende ledematen voel razen, besef ik me dat het hutje geen deur heeft. Een gedachte die pas echt ongemakkelijk wordt wanneer de zwerfhonden zich ‘s nachts voor de ingang verzamelen. Tussendoor komen er nog bewoners thuis die niet per se 3 blanke mensen in hun bed hadden verwacht. Er volgt een familieruzie – waar is Bert van Leeuwen als je hem nodig hebt? – waarna enkele leden schreeuwend het huis verlaten met dekens onder de armen. Ik probeer mezelf bij gebrek aan matras in te nestelen in mijn eigen speklaag en ben voor de eerste keer in mijn leven dankbaar dat mijn benen maat Madurodam zijn. Enkele uren later worden we wakker geschreeuwd door Misir, het is 6:00 uur en dat betekent: water halen!

Ochtendritueel

Amper wakker, stormen Daniel, Sander en ik achter de dorpelingen aan naar de waterbron, zo’n 30 minuten naar beneden. Onder een enorme orchidee steekt een bamboepijp uit de rotsen waar water uit stroomt. Ik ontmoet Suijima en Laxmi bij de bron. Er wordt druk bijgekletst terwijl oude cola-, sprite- en 7-up flessen worden gevuld met water. Een klein meisje van amper twee turven hoog stopt een aantal flessen – bij elkaar 7,5 liter – in een mand en tilt de band hiervan aan haar hoofd. Wanneer Laxmi haar mand gevuld heeft met 12 liter probeer ik het ding aan mijn hoofd te dragen. De dreigende stem van mijn fysiotherapeut indachtig, besluit ik na drie stappen de operatie te staken; wat is dát zwaar. Laxmi en Suijima geven geen kick en tillen respectievelijk een mand en een koperen kruik vol water de berg op; een klim van een uur. Er wordt ondertussen wat gerust waarna de meiden elkaar weer helpen met opstaan. Eenmaal boven kan ik me nauwelijks voorstellen dat ze dit ritueel later op de dag nóg eens moeten doen. Zelf weten ze ook beter; er was gewoon een waterbron in de buurt maar die is door de aardbeving onbruikbaar geworden. De nieuwe watervoorziening aan de rand van het dorp zal de dorpelingen in staat stellen om hun tijd te investeren in andere belangrijke zaken. Van de voorzitter van het watercomité horen we dat er inmiddels genoeg lokaal materiaal is verzameld voor de bouw van deze watervoorziening. Bovendien is al 21.000 roepie (€ 210,- euro) ingezameld aan eigen bijdrage. Binnen een week zullen de niet-lokale materialen per vrachtauto vanuit Kathmandu in het dorp arriveren en kunnen de dorpelingen beginnen met het constructiewerk. Ik sla vast een denkbeeldig kruisje voor de dienstdoende chauffeur.

Na een stevig ontbijt laten we het dorp achter ons, maar we nemen één souvenir met ons mee: de geur. Want de ochtenddouche slaan we hier zonder twijfel over.

Daniël legde ons bezoek aan Dolakha uiteraard voor je op de gevoelige plaat, bekijk zijn foto’s hier.

OVERZICHT

Marieke de Ruiter

Marieke is Copywriter bij Dopper en freelance journalist. Ze werkte eerder voor de NPO en landelijke kranten. Marieke wil verhalen vertellen die gewichtig zijn, maar nooit te zwaar. Daarvoor bedient ze zich van een positieve insteek en - waar mogelijk - humor.

STORYTELLERS

Sef

De stijl van Sef is moeilijk te duiden en dát is precies zijn kracht. Sef schakelt moeiteloos tussen hiphop, pop en R&B. Zijn muziek is soms vermakelijk, dan weer maatschappelijk relevant. Sef is zich steeds meer bewust van de invloed die hij met zijn stem kan uitoefenen en wil die dan ook op eigen wijze verheffen.

Naar Muziek

Sander van Weert

Sander heeft niet alleen scherp oog voor de mensen voor zijn camera, maar ook een groot hart. Hij maakte eerder producties voor Nederlandse NGO’s in onder meer Ghana en Bangladesh. In 2013 reisde Sander al voor Dopper Foundation naar Nepal.

Naar videos

Daniel Maissan

Daniel is een freelance fotograaf en full-time reiziger. Hij is geïnteresseerd in mensen en de machtsstructuren die hen ongelijk maken. Met zijn camera reist Daniel van Colombia naar Malawi, Kampala en India waar hij de situatie nooit veroordeelt maar altijd bevraagt.

Naar Fotografie

Marieke de Ruiter

Marieke is Copywriter bij Dopper en freelance journalist. Ze werkte eerder voor de NPO en landelijke kranten. Marieke wil verhalen vertellen die gewichtig zijn, maar nooit te zwaar. Daarvoor bedient ze zich van een positieve insteek en - waar mogelijk - humor.

Naar Tekst