Er gaat niets boven de geur van afval op een lege maag dus zetten Daniël, Sander en ik de wekker lekker vroeg voor een – niet helemaal legale – excursie naar een hooggelegen dieptepunt: de gemeentelijke afvaldump van Kathmandu.

YMCA

Nevida en Simon van Rockstart halen ons op bij het hotel. Terwijl we op de hobbelige weg van de ene kant naar de andere kant van de auto worden geslingerd, bespreken we hoe we ons straks ongezien op de vuilnisdump gaan voortbewegen, want de overheid wil uiteraard geen ramptoeristen bij de stinkende wond van Kathmandu. Onopgemerkt blijven, lijkt moeilijk te worden – zo niet onmogelijk – met drie Hollandse Beemsterkazen, twee camera’s en een drone. Dus besluiten we te doen waar we beter in zijn: liegen. Als vertegenwoordigers van het Nederlandse afvalbedrijf YMCA komen we bekijken hoe wij Nepal kunnen steunen bij hun waste management. Geen gekke gedachte in een land waar de four-wheel drives van NGO’s het aantal bestelbusjes lijkt te overtreffen en  de oude vuilniswagens zijn gesponsord door Japan. Wanneer we de auto parkeren aan de rand van de vuilnisbelt, komt de opzichter direct toegesneld. We doen het YMCA trucje – exclusief dansje – en dat lijkt te werken. Bovendien is het ego van de opzichter niet vies van een beetje aandacht dus interviewen we hem even voor de vorm. Terwijl Sander hem voor de camera zijn monoloog laat doen, sluipt Daniël verder de vuilnisbelt op. Na vijf minuten zien ook wij onze kans schoon en lopen Sander en ik richting de zeeën van vuilnis. Terwijl de geur bij vlagen de curry van de avond ervoor naar boven stuurt, bewegen we ons voort tussen het opgestapelde afval. We vinden vanzelfsprekende voorwerpen; plastic flesjes, tasjes, verpakkingen en rottend eten. Maar worden ook verrast door schoenen in alle soorten en maten, speelkaarten en de visitekaartjes van Mister Masal. Om de paar minuten komt er een gevulde vuilniswagen het terrein oprijden, de vuilnisverzamelaars vliegen als bijen op de honing op de lading af om deze zorgvuldig te selecteren. Het kostbare vuilnis – zoals plastic flessen en glas – wordt gescheiden en – zo leren we later – doorverkocht aan recycling industrieën in India. Die maken hier weer grondstoffen van voor nieuwe producten. Het onbruikbare afval blijft op de dump liggen en wordt eens in de zoveel tijd begraven door een nieuwe lading zand. Enkele pvc pijpen in de afvalberg moeten ervoor zorgen dat giftige gassen kunnen ontsnappen. Op de berg spreken we met één van de vuilniswagenchauffeurs. Hij vertelt ons dat hij elke ochtend om 4:00 uur opstaat om het afval te verzamelen bij huishoudens. Omdat het loon zo laag is, klust hij ’s avonds bij als taxichauffeur. De magere 3 uur die hij per nacht slaapt, neemt hij voor lief zodat zijn kinderen naar school kunnen en niet zullen eindigen als hij. Verbolgen over het feit dat hij niet meer het punt van belangstelling is, komt de opzichter ons gesprek onderbreken. Hij vindt het welletjes en wil nu weleens weten met wie van de gemeente we contact hebben gehad over onze komst. We spoeden ons wijselijk richting de auto en rijden een stukje naar beneden. Aan de voet van de berg zien we een stroompje afvalwater lopen, het zit zo vol met zuur en gas, dat het borrelt als een koud glas cola. Het systeem dat is opgezet om het afvalwater te filteren, werkt niet. Hierdoor sijpelt het ongefilterd naar de rivier beneden waar het mengt met het bronwater.

In de greppel

Eenmaal terug in het hotel proberen we de geur van afval van ons af te douchen. En terwijl ik me daar voor de derde keer sta in te zepen, besef ik me dat de afvalverzamelaars, die dag in dag uit het afval sorteren, deze luxe niet hebben. Eenmaal okseltjesfris, ontmoeten we Klaartje en Ewout van Simavi en BB Tapa van lokale partner Sebac voor ons hotel. Zij zullen ons de komende dagen vergezellen naar de waterprojecten die zij – met het geld van Dopper Foundation – zijn gestart in Sindhupalchok en Dholka. Met een konvooi van drie four-wheel drives zetten we koers richting het eerste dorp. Onderweg stuiten we op een afvaldump aan de rand van de weg. Wanneer we uitstappen om deze vast te leggen, word ik volledig overvallen door de omvang van de vuilnisbelt. Het loopt vanaf de hoge berg helemaal door naar de rivier in het dal. Bovenaan staat een vrouw in de brandende zon het afval te scheiden. Het is niet zomaar afval, maar medisch afval. Met haar blote handen scheidt ze infusen, operatieschorten en operatiehandschoenen. Als we haar vragen hoe dit afval hier terechtkomt, vertelt ze ons dat het dichtbijgelegen ziekenhuis haar afval hier loost. Of ze weet dat hieronder een rivier loopt waarin afval, ziektes en bacteriën zich makkelijk kunnen verspreiden? Zeker, maar de rivier komt niet langs haar eigen huis. Volgens onze tolk weet ook het ziekenhuis heus wel waar het afval uiteindelijk belandt, maar interesseert het hen gewoon niet. Enerzijds maakt die onverschilligheid me boos, anderzijds; als ik deze vrouw hier zie staan begrijp ik dat zij nog zo hard aan het vechten is voor basale behoeften als eten en onderdak dat watervervuiling ergens onderaan haar prioriteitenlijstje bungelt.

De waarde van afval

De grote hoeveelheid vuilnis die we vandaag zien, doet me denken aan de ontmoeting die we een dag eerder hadden met Sulav van Waste Concern. Hij zit al 20 jaar in het afvalmanagement en heeft de situatie in Nepal drastisch zien veranderen. Waar Nepalezen eerder alleen organisch afval hadden dat zij konden verbranden, is de afgelopen 10 jaar het gebruik van plastic enorm toegenomen. Bijna alles komt in een plastic verpakking. In verband met de grote milieu-impact van plasticverbranding, heeft de overheid dit verboden. Nog steeds verbranden veel huishoudens hun plastic, anderen dumpen dit afval op straat of in de rivieren, die hierdoor zwaar vervuild raken. Gelukkig realiseren steeds meer Nepalezen dat verandering noodzakelijk is. Sulav biedt met zijn bedrijfje Waste Concern een alternatief. Voor 350 roepies per maand – dat is € 3,50 – komen de afvalwagens van Waste Concern twee keer per week het huisvuil ophalen. Dit afval wordt door varkensboeren zorgvuldig gescheiden. Kostbaar materiaal wordt doorverkocht aan de recyclingindustrie in India, organisch afval houden de boeren als eten voor hun varkens. Inmiddels zijn 405 huishoudens aangesloten bij het netwerk van Waste Concern en dat is te zien. In de straten die worden bereikt, ligt nauwelijks afval op straat, in tegenstelling tot veel andere plekken in Kathmandu. Sulav wil met educatie en bewustwordingscampagnes Nepalezen bewust maken van de waarde van afval en hen aansporen om hun huisvuil te scheiden. Dat gebeurt nu nog maar nauwelijks. Ook op andere plekken in de stad zien we initiatieven die symbool staan voor een toenemend bewustzijn. Zo komen vrijwilligers elke zaterdag samen om de zwaar vervuilde Bagmati rivier in Kathmandu schoon te maken. Een belangrijke plek is bovendien weggelegd voor de waste collectors die afval verzamelen om het door te verkopen aan handelaren die het weer doorverkopen aan – jawel – India. We bezoeken zo’n handelaar aan de rand van de Bishnumati rivier. Temidden van grote hopen gesorteerd afval, zit een 16-jarig meisje in een klein kantoortje een zorgvuldige boekhouding te runnen. In haar schriftje houdt ze bij hoeveel afval, van welk soort wordt binnengebracht. Zo kunnen we zien dat Rahmi vandaag 40 kartonnen tassen, 30 plastic flesjes, 59 plastic zakjes, 54 gebroken glazen en maar liefst 317 bierflesjes heeft binnengebracht. Rahmi had vanmorgen duidelijk dienst in het toeristische Thamel. Ook verrassend: tussen het verzamelde afval zaten ook 19 plastic poppen.

De overheid

De rol van de overheid in het bestrijden van de afvalproblematiek blijft nog wat dubieus. In sommige gebieden wordt wel huisvuil opgehaald, in andere moeten bewoners zelf zien hoe ze van hun afval af komen. Er bestaat nog nauwelijks een recyclingindustrie in Nepal, waardoor plastic afval geëxporteerd moet worden naar India waar het wordt verwerkt tot de grondstof voor nieuwe producten die dan weer moeten worden geïmporteerd door Nepal. Twee jaar geleden stond er wel een verbod op plastic tasjes op de politieke agenda, maar met de aardbeving werd die – gelijk aan een deel van de Nepalese infrastructuur – weggevaagd.

Al met al denk ik dat Nepal – een land in wederopbouw – op dit moment nog zo bezig is met de strijd om basisbehoeften dat het afvalprobleem hier nog geen prioriteit is. Toch gloort er wel degelijk hoop aan de horizon door de changemakers die waste op waarde schatten én daar zelf bovendien nog een aardig centje aan verdienen.

 

Benieuwd hoe zo’n afvaldump eruitziet? Check de foto’s van Daniël!

OVERZICHT

Marieke de Ruiter

Marieke is Copywriter bij Dopper en freelance journalist. Ze werkte eerder voor de NPO en landelijke kranten. Marieke wil verhalen vertellen die gewichtig zijn, maar nooit te zwaar. Daarvoor bedient ze zich van een positieve insteek en - waar mogelijk - humor.

STORYTELLERS

Sef

De stijl van Sef is moeilijk te duiden en dát is precies zijn kracht. Sef schakelt moeiteloos tussen hiphop, pop en R&B. Zijn muziek is soms vermakelijk, dan weer maatschappelijk relevant. Sef is zich steeds meer bewust van de invloed die hij met zijn stem kan uitoefenen en wil die dan ook op eigen wijze verheffen.

Naar Muziek

Sander van Weert

Sander heeft niet alleen scherp oog voor de mensen voor zijn camera, maar ook een groot hart. Hij maakte eerder producties voor Nederlandse NGO’s in onder meer Ghana en Bangladesh. In 2013 reisde Sander al voor Dopper Foundation naar Nepal.

Naar videos

Daniel Maissan

Daniel is een freelance fotograaf en full-time reiziger. Hij is geïnteresseerd in mensen en de machtsstructuren die hen ongelijk maken. Met zijn camera reist Daniel van Colombia naar Malawi, Kampala en India waar hij de situatie nooit veroordeelt maar altijd bevraagt.

Naar Fotografie

Marieke de Ruiter

Marieke is Copywriter bij Dopper en freelance journalist. Ze werkte eerder voor de NPO en landelijke kranten. Marieke wil verhalen vertellen die gewichtig zijn, maar nooit te zwaar. Daarvoor bedient ze zich van een positieve insteek en - waar mogelijk - humor.

Naar Tekst